VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Merkbeleving, sterke klantbinding en controle over cruciale markten: sommige bedrijven doen het structureel beter dan hun directe concurrenten. Dat zie je terug in de resultaten. Drie Europese kampioenen.

Bedrijven met marktmacht zijn gewild. Ze kunnen stevig groeien en hoge winstmarges behouden. Beleggers zijn vaak bereid te betalen voor die kwaliteit. Koersen lopen op en de waardering stijgt. Maar ook dure aandelen kunnen lang blijven renderen. Zoek daarvoor naar bedrijven met hoge overstapdrempels, een sterk merk of een technologische niche.

 

Moncler  
ISIN: IT0004965148  
Beurswaarde: € 14,3 miljard
Omzet 2025: € 3,1 miljard
Koers-winstverhouding 2026: 21,8

Luxe kleding met hoge marges
Moncler is het meest consumentgerichte concern van de drie die we hier bespreken, maar het is geen doorsnee kledingbedrijf. De beleggingscase draait om een uitzonderlijk gecontroleerd luxemerk met een duidelijke identiteit: premium buitenkleding, functionele luxe en een sterke direct-to-consumer-aanpak. Het grootste deel van de verkoop loopt via eigen winkels en online kanalen.

Moncler verkoopt vooral exclusiviteit en merkwaarde. Die focus maakt het bedrijf gevoelig voor sentiment en economische tegenwind, maar ook veel winstgevender dan andere modebedrijven. De koers beweegt al een paar jaar zijwaarts, maar de waardering is lager dan bij veel concurrenten.

Wintersport
Bartolomeo Rongone is sinds 1 april de nieuwe topman van Moncler. Hij neemt het stokje als ceo over van Remo Ruffini, die na 23 jaar doorschuift naar de rol van voorzitter. Toen Ruffini in 2003 bij Moncler kwam, draaide het merk ongeveer 55 miljoen euro omzet en had het veel van zijn aantrekkingskracht verloren.

In de jaren zeventig was Moncler nog synoniem voor ski-glamour en technische bergsport, maar daarna raakte het ingeklemd tussen enerzijds luxemerken en anderzijds sportieve spelers. Het was Ruffini’s idee om beide werelden te combineren: mode, prestaties en wintersportcultuur.

Hoge marge
De jaarcijfers over 2025 laten zien hoe winstgevend dat model is. De groepsomzet kwam uit op 3,1 miljard euro. Het Moncler-merk was goed voor 86,9 procent. De rest komt van het in 2020 overgenomen Stone Island. De nettowinst kwam uit op 626,7 miljoen euro, goed voor een marge van 20 procent. Dat is uitzonderlijk hoog voor een consumentenbedrijf, zeker in een jaar waarin de luxesector niet geweldig presteerde.

Het eerste kwartaal van 2026 was opvallend sterk. Moncler Group rapporteerde 881 miljoen euro omzet, een plus van 12 procent op jaarbasis. Beide merken lieten dubbelcijferige groei zien. Dat is belangrijk, omdat Stone Island nog relatief klein is, maar wel als tweede groeimotor kan dienen.

De sterkste groei zat in Azië. Voor het Moncler-merk stegen de verkopen in die regio naar 433 miljoen euro, goed voor 56,5 procent van de merkomzet in het kwartaal. Rechtstreekse verkoop aan de consument is cruciaal: die kwam voor Moncler uit op 88 procent van de merkomzet.  

Merkmacht
Beleggers zien Moncler vaak eerder als een kwaliteitsbedrijf dan als een modeaandeel. Drie factoren zorgen daarvoor. De eerste is merkmacht. Moncler is een premiummerk dat wereldwijd bekend en geliefd is. Dat verklaart waarom klanten bereid zijn tot 5.000 euro voor een jas te betalen.  

De tweede is controle van de verkoopkanalen. De tussenhandel wordt steeds meer gepasseerd. Direct verkopen aan de consument levert hogere marges, waardevolle klantdata en controle over merkbeleving op.  

De derde factor is het potentieel van Stone Island: als het merk buiten Europa en vooral in Azië structureel aanslaat, krijgt Moncler een echte nieuwe groeipijler.

Analisten zijn positief. In China en de VS liggen groeikansen, denkt JPMorgan. Voor Barclays springt Stone Island eruit. Moncler focust bij dit merk meer op buitenkleding en gebreide truien in plaats van T-shirts. De verkoopprijzen liggen daar hoger. 

Grootste risico’s  
Moncler is sterk afhankelijk van één hoofdmerk, gedragen door Aziatische consumenten. Als de vraag daar afkoelt, kan dat negatieve invloed hebben op de koers. Ook Stone Island moet nog bewijzen dat het wereldwijd dezelfde status kan krijgen als Moncler zelf.  

Schneider Electric  
ISIN: FR0000121972
Beurswaarde: € 152,7 miljard
Omzet 2025: € 40,2 miljard
Koers-winstverhouding 2026: 26,7

Leverancier van kritieke infrastructuur
Schneider Electric begon 190 jaar geleden in de zware industrie, maar transformeerde de afgelopen decennia tot specialist in energiebeheer, automatisering en software.

Deze activiteiten komen samen in heel concrete groeimarkten: AI verhoogt de vraag naar datacenters. Die hebben enorm veel stroom nodig, maar ook koeling. Met name liquid cooling is belangrijk: koeling met vloeistof, bedoeld voor zware chips en servers.  

Ook stroomnetten moeten groter en ‘slimmer’ worden, omdat er meer elektrische auto’s en warmtepompen bijkomen en het gebruik van hernieuwbare energie toeneemt. Daarnaast is Schneider sterk in het digitale beheer van gebouwen en industriële software.

Bouwstenen
Het moderne Schneider is vooral gevormd door overnames en gerichte keuzes. Bouwstenen zijn onder meer APC en Aveva. APC was belangrijk voor de datacenterpositie, omdat het Schneider sterker maakte in koeling en noodstroom.

Aveva gaf Schneider een serieuze tak voor industriële software. Fabrieken gebruiken data om minder energie te verspillen, stilstand te voorkomen en productie flexibeler te maken. De software van Aveva helpt daarbij.

Schneider heeft zo blootstelling aan meerdere langlopende trends. Het bedrijf verkoopt nog steeds veel fysieke apparatuur, maar probeert daar software, data en advies omheen te bouwen. De datacenterkant is heel aantrekkelijk. Die markt groeit hard door AI. Schneider heeft daar een sterke positie met energiebeheer, noodstroom en liquid cooling.  

Terugkerende omzet
Ook de band met bestaande klanten is belangrijk. Als de apparatuur van Schneider eenmaal in gebouwen, fabrieken of datacenters is geïnstalleerd, volgen onderhoud, upgrades en vervanging. In kritieke infrastructuur is overstappen naar een andere leverancier niet onmogelijk, maar wel kostbaar en operationeel riskant.

Schneiders omzet kwam in 2025 uit op 40,2 miljard euro. De organische groei op jaarbasis was 9 procent. Dat betekent: groei uit de bestaande activiteiten, zonder overnames en wisselkoersen mee te tellen. De vrije kasstroom bedroeg 4,6 miljard euro.

Schneider betaalt over 2025 een dividend van 4,20 euro per aandeel, goed voor een dividendrendement van zo’n 1,6 procent. Daarnaast koopt het bedrijf eigen aandelen in.  

Best-in-class  
Analisten die Schneider volgen zijn positief over de structurele datacenterblootstelling, een groeiende softwarelaag, sterke marges en bovengemiddelde kasstroom. Andre Kukhnin van zakenbank UBS is vooral overtuigd van de kwaliteit en breedte van de groei. De bank spreekt van een best-in-class trackrecord, met meerdere jaren van hoge enkelcijferige tot bijna dubbele groeicijfers.  

JPMorgan is nog enthousiaster. Analist Phil Buller denkt dat Schneider duidelijk de beste portefeuille heeft in eindmarkten die nog jarenlang blijven groeien.

Grootste risico’s  
Schneider is inmiddels een breed gedragen winnaar.  

Teleurstellingen worden daardoor mogelijk direct afgestraft in de waardering. Ook is het bedrijf niet immuun voor industriële cycli: automatisering kan vertragen en de verwachte groei is gestoeld op grote datacenterprojecten.  

VAT Group  
ISIN: CH0311864901  
Beurswaarde: € 19,6 miljard
Omzet 2025: € 1,2 miljard
Koers-winstverhouding 2026: 57,8

Leider in vacuümtechnologie voor chipproductie
VAT Group is het meest gespecialiseerde bedrijf van de drie. Moderne chipproductie vereist extreem gecontroleerde omstandigheden, en VAT is een wereldleider in hoogwaardige vacuümkleppen en aanverwante oplossingen. In zestig jaar tijd is VAT gegroeid naar 1 miljard Zwitserse frank omzet, zonder grote overnames.

Een chip wordt gemaakt in machines waarin extreem precies wordt gewerkt. De vacuümkleppen van VAT moeten nauwkeurig, schoon en betrouwbaar functioneren. Soms gas doorlaten, soms juist alles afsluiten. En dat steeds opnieuw. Omdat VAT veel kennis heeft van extreem schone productieomgevingen, kan het die ook toepassen op andere onderdelen in de chipmachine.  

Diep verankerd
De onderdelen van VAT worden vaak vroeg in nieuwe chipmachines ingebouwd. Als een klant eenmaal voor het Zwitserse bedrijf kiest en het onderdeel goedkeurt, blijft het meestal jarenlang in dat machineplatform zitten. VAT heeft niet heel veel klanten, maar is daar wel diep verankerd.

Die klanten zijn bovendien van uitzonderlijk hoge kwaliteit: VAT levert vooral aan grote spelers in de chipketen zoals Lam Research, Applied Materials en ASMI. Dat zijn de bedrijven die de machines bouwen waarmee chipmakers als TSMC, Samsung en Intel hun fabrieken uitrusten.  

In zijn niche heeft VAT een marktaandeel van 77 procent.  

Orderinstroom
De cijfers over 2025 tonen de kracht. VAT rapporteerde 1,1 miljard frank omzet. Het bedrijfsresultaat (ebitda) kwam uit op 322 miljoen frank, goed voor een marge van 29 procent. De vrije kasstroom bedroeg 21 procent van de omzet.  

Dat is indrukwekkend voor een industrieel nichebedrijf. VAT heeft laten zien dat het de marges relatief goed kan verdedigen, ook in een zwakkere chipcyclus. Het bedrijf heeft een flexibel kostenmodel en de inkoop verschuift naar goedkopere landen.

Het eerste kwartaal van 2026 illustreert waarom de markt enthousiast is, maar ook waarom VAT volatiel kan zijn. De orderinstroom was met 356 miljoen frank sterk, maar de omzet daalde jaar-op-jaar.  

Dat komt door tijdelijke verstoringen in de keten. VAT handhaaft wel de outlook voor dit jaar, met meer orders en hogere omzet en winstmarges dan in 2025.

Intussen lijkt een nieuwe investeringsronde in de chipindustrie op gang te komen. In 2025 haalde VAT een recordaantal van honderdvijftig nieuwe klantontwerpen binnen. Dat was 14 procent meer dan een jaar eerder.

In de chipsector worden leveranciers vaak jaren van tevoren geselecteerd. Als VAT zo’n ontwerp wint, betekent dat vaak dat zijn product terechtkomt in een toekomstige generatie chipapparatuur.  

Opschalen
VAT is ook populair bij analisten. JPMorgan maakt een duidelijk onderscheid tussen orders en omzet. Orders stromen binnen, maar de omzet is vertraagd door productie- en leveringsdynamiek. De bank verwacht daarom dat de omzetgroei vooral in de tweede helft van 2026 en in 2027 zichtbaar wordt.

JPMorgan denkt ook dat VAT operationeel klaar is voor die groeifase, doordat het productie relatief flexibel kan opschalen. Dat is belangrijk, omdat chipcycli abrupt kunnen versnellen.  

Grootste risico's  
De afhankelijkheid van diezelfde cyclus is een aandachtspunt, net als de hoge waardering. Het aandeel noteert ruim boven het historische gemiddelde. VAT heeft een dominante positie en de AI-golf duurt mogelijk nog meerdere jaren, maar de chipindustrie kan grillig zijn.  


VEB-lidmaatschap
Nog geen VEB-account?
Voor toegang tot de volledige website dient u een VEB-lidmaatschap aan te houden en in te loggen. Indien u lid bent, maar nog geen account heeft kunt u ook klikken op ‘inloggen’ en daarna een account aanmaken.
Meer infomatie over het VEB -lidmaatschap